Our Motto : 'In-Allah-ha-Ma'anaa' ("Be not grieved, for surely Allah is with us." - The Holy Quran 9:40). We find spiritual strength, courage and comfort, in the times of trials and  hardships, from this Divine Quranic revelation that descended upon the pure heart of the Holy Prophet Muhammad (may Allah's peace and blessings be upon him), so as to console and compose him during one of the most perilous moments of his life. <Please click the 'Our Motto' link on our homepage for more details>

The Lahore Ahmadiyya Movement for the Propagation of Islam (A.A.I.I.L. - Ahmadiyya Anjuman Isha'at-e-Islam Lahore)

Hazrat Mirza Ghulam Ahmad of Qadian (the Founder of the Ahmadiyya Movement; the Mujaddid (Reformer) of the 14th Century Hijrah; and, the Promised Messiah and Mahdi) <Please read his biography in the 'Biography' section>

Please click here to SUBSCRIBE to this site!

Please click here to SEARCH this site!

list

Home

What's New

* ISLAM:

Allah

Prophet Muhammad (pbuh)

Other Religions

My 1st Muslim Site for Children

Accusations Answered

Becoming a Muslim

* THE LAHORE AHMADIYYA MOVEMENT:

Hazrat Mirza Ghulam Ahmad of Qadian

Joining Our Movement

What Others Say About Us

Our Foreign Missions & Contact Info

Accusations Answered

News & Info

Other Ahmadiyya Sites

Photos

Qadiani Beliefs Refuted

* LITERATURE:

Quran

Hadith

Books

Articles & Magazines

Auto(biographies)

True Stories

Prayers

Poems

Dreams, Visions & Prophecies

Glossary

Questions & Answers

Sounds

Videos

* OTHER LANGUAGES and BRANCH WEBSITES:

Arabic

Dutch [Netherlands]

Dutch [Suriname]

French

German

India [Hindi/Urdu]

Indonesian

Italian

Persian

Punjabi

Spanish

Trinidad

UK

Urdu

* MISC.:

Muslim Names

Muslim Prayer Times

Quizzes

Screen Savers

Wallpapers

FREE E-mail Accounts:
name@ahmadiyya.ws
name@muslim.sh
name@islam.lt

* Click to:

[1] 'Subscribe' to this site!

[2] 'Recommend' this page to a friend!

[3] 'Search' this site!

[4] 'Send a Greeting Card'

 


* FREE CDs *

..


The Suriname / Dutch Section > An-Nur (Suriname's Official Quarterly Periodical) > June 2000 Issue


June 2000 Issue:
An-Nur (Suriname's Official Quarterly Periodical):

NO. 3 - Jaargang 2000, editie juni / Rabi-ul-Awwal 1421

Allâh is de (Gever van het) licht - An Nûr - (in) de hemelen en (op) de aarde; een gelijkenis van Zijn licht is als een pilaar, waarop een lamp is; de lamp is in een glas, (en) het glas is als het ware een schitterende ster, aangestoken van een gezegende olijfboom, die noch van het Oosten noch van het Westen is, waarvan de olie schier licht geeft, hoewel geen vuur ze aanraakt – licht op licht - Allâh leidt tot Zijn Licht wie Hij wil en Allâh stelt de mensen gelijkenissen voor, en Allâh is Bekend met alle dingen (Sûra An Nûr, vers 35).

Redactie:

Riaz Ahmadali
Reza Ghafoerkhan
Irshaad Djoemai
drs. Sharda Ahmadali-Doekhie

Adviseur:

drs. Khaliel Ghafoerkhan

Medewerkers:

Kariem Asraf (rubriek: SIV-nootjes)
Roy Radjbali (rubriek: overledenen)
Rahamat Naipal
Haroen Bechan (medewerker internet-informatie)

Redactie-adres:

S.I.V.-Headquarters, Keizerstraat 88
Tel: 473849 / 476720
Email:
annur_islam@yahoo.com

Omslag: 5 van de 99 namen van Allâh

An Nûr verschijnt 4x per jaar.

Wilt u An Nûr per Email ontvangen? Mail ons!

De Islâm is:

Internationaal

  • Ze erkent alle profeten, die gedurende alle tijden door alle volkeren naar voren zijn gebracht en verwacht van haar belijders, dat zij in al deze profeten geloven.
  • Waarheid en goedheid kunnen in alle religiën gevonden worden. God behandelt alle mensen gelijk in rechtvaardigheid, ongeacht hun ras, nationaliteit of religie.

Vredelievend

  • Keurt geweld af, maar rechtvaardigt het in onvermijdbare gevallen van zelfverdediging.
  • Leert Muslims om vredig onder elke wet, die godsdienstvrijheid toestaat, te leven.

Tolerant

  • Geeft volledige vrijheid aan een ieder om zijn of haar geloof / levensovertuiging aan te hangen.
  • Verwacht van ons om verschillen in mening te tolereren.

Rationeel

  • Dringt er onder alle omstandigheden op aan om kennis en rede aan te wenden.
  • Blindelings navolgen wordt veroordeeld, terwijl onafhankelijkheid van mening toegestaan is.

Inspirerend

  • Aanbidding is, behalve een rituele handeling, voornamelijk een persoonlijk contact tussen de dienaar en de Levende God, Die gebeden verhoort en spreekt tot Zijn rechtschapen dienaren.

Non-sektarisch

  • Een ieder, die gelooft dat er geen God is dan Allâh en dat Muhammad (s.a.w.) Zijn Profeet is (Lâ ilâha ill-Allâh Muhammad dur Rasûlullâh), is een Muslim en kan door niemand uit de Islâm verstoten worden.

Hazrat Mirzâ Ghulâm Ahmad leerde ons dat geen enkele profeet, oud of nieuw, zal verschijnen na de Heilige Profeet Muhammad (s.a.w.). Wel zullen er hervormers (mudjaddids) verschijnen om de zuivere leer van de Islâm in ere te herstellen en de Islâm nieuw leven in te blazen.


Redactioneel

Geachte lezers,

Vóór u ligt het nieuwste nummer van het SIV-kwartaalblad An Nûr. In de vorige edities zijn als hoofdartikelen verschenen het vasten en de haddj, resp. de 4e en de 5e zuil van de Islâm. In deze editie zal een begin worden gemaakt met de salât, de 2e zuil van de Islâm. Dit onderwerp zal in het volgend nummer worden afgerond.

Wij wensen ook deze keer de adverteerders en alle anderen die hebben meegeholpen aan het totstandkomen van dit nummer van An Nûr van harte te bedanken.

Rest ons u veel leesplezier toe te wensen.


De salât

(het verplichte gebed)

Riaz Ahmadali

Zoals we ongetwijfeld allemaal weten, is het de Muslims voorgeschreven vijf maal per dag tot de Schepper te bidden.

De salât (het gebed) mag slechts op de door de Heilige Profeet Muhammad (s.a.w.) voorgeschreven manier en onder de door hem bepaalde omstandigheden worden verricht. Verandering hierin is niet toegestaan.

Alvorens de salât te verrichten, moet er een reiniging plaatsvinden. Hadîs: "De sleutel tot het Paradijs is de salât en de sleutel tot de salât is de wudu" (kleine wassing).

De verplichte salât is gebonden aan bepaalde tijden van de dag, namelijk:

1. tussen ochtendschemering en zonsopgang (Fadjr)
2. de vroege middag (Zuhr)
3. de late middag (‘Asr)
4. direct na zonsondergang (Maghrîb)
5. het eerste deel van de nacht (Isja).

Ook is de salât gebonden aan een bepaalde geografische ligging, namelijk de Ka’aba in Makkah. We bidden dus met ons gezicht gericht naar de Ka’aba in Makkah.

De salât moet op tijd worden verricht (Heilige Qur’ân 4:103). Het mag niet vrijwillig worden uitgesteld of overgeslagen, behalve in uitzonderingsgevallen als ziekte of wegens overmacht verhinderd zijn op tijd het gebed te verrichten; het moet dan later ingehaald worden (qadâ).

De salât bestaat uit een aantal rakât (eenheden). Elke salât begint met het zeggen van ‘Allâhu Akbar’ (Allâh is de Grootste) en het eindigt met salâm. En elke salât bestaat uit het openingshoofdstuk van de Qur'ân (al Fâtiha), het prijzen en verheerlijken van Allâh en het afsmeken van Zijn zegeningen voor de Profeet Muhammad en Zijn rechtgeleide dienaren in vastgestelde bewoordingen, terwijl in de 1e en de 2e rakât na de Fâtiha nog een hoofdstuk (sûra) of enkele verzen uit de Qur'ân worden toegevoegd.

Alle woorden van de salât worden in het Arabisch gereciteerd, omdat dit de taal is waarin Allâh de Qur'ân openbaarde; Zijn woorden staan er letterlijk in. Ook schept het verrichten van de salât in het Arabisch een eenheid tussen alle Muslims, waar ook ter wereld.

De salât komt tussen alle dagelijkse bezigheden door en herinnert ons aan onze relatie met Allâh. Het houdt ook ons moreel hoog. Zie Qur'ân 29:45:

"Voorwaar, het gebed weerhoudt van ondeugd en kwaad."

Volgens de Hadîs worden door de salât onze zonden vergeven. Abu Hurairah verhaalt dat hij de Boodschapper van Allâh (s.a.w.) hoorde zeggen:

"Vertel mij, als er bij één van jullie een rivier voor zijn deur zou lopen, en hij zou er vijf maal per dag een bad in nemen, zou er dan nog enig vuil op hem achterblijven?"

Er werd geantwoord: "Er zou geen vuil op hem achterblijven."

De Profeet (s.a.w.) zei: "Dit is een vergelijking met het verrichten van de vijf gebeden; Allâh vergeeft hierom onze zonden." (Bugârî en Muslim)

Ondanks al deze positieve effecten moeten we ervoor waken, dat de salât met haar ceremoniën een routine wordt. Laten we daarom, zoals de Profeet ons aanbevolen heeft, bij iedere salât bidden alsof het onze laatste salât is op deze aarde.

Enkele opmerkingen:

De salât bestaat uit een fard (verplicht) en een sunna (niet verplicht) gedeelte. De fard en de sunna worden op dezelfde manier verricht. Belangrijk is dus, dat men voor zichzelf weet, welke salât men gaat verrichten (de intentie).

Verdeling van de salât over de dag en de tijden ervan:

sunna

fard

sunna

tijd

Fadjr

2

2

-

05:15 - 06:15

Zuhr

4

4

2

13:15 – 15:45

‘Asr

-

4

-

16:15 – 18:15

Maghrîb

-

3

2

19:05 – 19:30

Isja

-

4

2

20:15 – 00:30

NB 1: tijden kunnen gedurende het jaar enkele minuten verschillen.

NB 2: volgens sommige geleerden mag de Isja tot vóór Fadjr worden verricht. Sunnah van de Profeet was echter, dit gebed vóór middernacht te verrichten.

Na de Isja-salât worden over het algemeen 3 rakât Witr-salât verricht, behalve als men van plan is de Tahaddjud-salât (het vrijwillig nachtgebed) te verrichten; in dat geval wordt de Witr na de Tahaddjud verricht. Volgens het advies van de Profeet (s.a.w.) dient de Witr nl. het laatste gebed te zijn in de nacht.

Als men weinig tijd heeft, zou men alleen de fard-gebeden kunnen verrichten. Liever alleen de fard dan helemaal niets!!!

In geval van ziekte of reizen is het toegestaan de Zuhr en de ‘Asr samen te trekken, evenals de Maghrîb en de Isja. Hierbij kunnen de sunna-gebeden worden weggelaten; de sunna van de Fadjr-salât wordt echter wel verricht.

Ingeval van reizen is het bovendien toegestaan het aantal rakât van Zuhr, ‘Asr en Isja terug te brengen tot 2 i.p.v. 4.

Hoe de salât dient te worden verricht (de praktijk), staat in een aparte bijlage, die tezamen met de volgende editie van An Nûr zal worden verstrekt.

Wordt vervolgd

 

Rubriek

Actueel


Satanisme

Reza Ghafoerkhan

Het fenomeen ‘satanisme’ (duivelaanbidding) heeft de laatste tijd flink de kop opgestoken in de samenleving. Dit komt vooral door een aantal zelfmoorden door jongeren gepleegd, al dan niet onder invloed van zgn. ‘satanische sites’ op het Internet. Het blijkt dat jongeren, vanwege hun jeugdige leeftijd en bijgevolg geestelijke onrijpheid, een bijzonder kwetsbare groep vormen voor satanische of andere beïnvloedingen. Dit wordt dan nog eens versterkt door de reeds genoemde ‘satanische’ websites. De vrijheid van meningsuiting ten spijt: het blijft een grof schandaal dat sommige mensen hun ziekelijke en verziekte geest wensen te projecteren via het Internet om doelbewust de geesten van anderen te verzieken. De vraag is natuurlijk, waarom mensen de ‘satanische’ sites zo nodig moeten bezoeken. Ook rijst de vraag waarom ‘goede’ sites, bijv. religieuze en educatieve, veel minder aantrekkelijk lijken. Het antwoord hierop ligt waarschijnlijk in het feit dat het menselijke ik van degenen, die de toestand van hun eigen lagere ziel nog niet hebben weten te ontstijgen, geneigd is tot het kwaad. Zie Heilige Qur’ân 12:53: "... waarlijk, het zelf (van de mensen) is gewoon (hem) te bevelen het kwade te doen ..."

Hier komen dus zaken uit voort als in het zwart gekleed gaan, met slangen rondlopen en andersoortig stoerdoenerij.

Debat

Tijdens een open debat op 4 april 2000 werd het verschijnsel "Internet en satanisme" besproken. Hieruit kwamen o.a. de volgende conclusies:

  • in meer dan tweederde van de gezinnen is er nauwelijks goed contact tussen ouders en kinderen;
  • er is nauwelijks of geen zinvolle communicatie tussen jongeren onderling;
  • jongeren zijn wat betreft hun vorming op zichzelf aangewezen;
  • er is weinig zinvolle vrijetijdsbesteding;
  • als dat er al is, dan is het agressief en gewelddadig (speelgoed, Nintendo, speelfilms, etc.);
  • er wordt teveel geluisterd naar monotone en bewustzijnsvernauwende muziek.

Gesteld werd ook dat een maatschappij die gekenmerkt wordt door geweld, perversie en materialisme een goede voedingsbodem vormt voor satanische beïnvloedingen. De grootste boosdoeners waren echter volgens velen de ouders, die hun opvoedkundige taak volkomen veronachtzamen. Hierin ligt dan ook de oplossing van het probleem, namelijk dat de ouders, behalve hun rol als materiële onderhouders van kinderen, zich ook dienen te bekommeren om het onderhoud van hun geestelijke welzijn. Het religieuze aspect maakt hiervan een zeer belangrijk onderdeel uit. Slechts een waar en standvastig geloof in Allâh en godvruchtige handelingen zijn de wapens in de strijd tegen de satan. De duivel heeft geen macht over de dienaren van Allâh.

Qur'ân 15:42: "Waarlijk, aangaande Mijn dienaren, u hebt geen macht over hen behalve over degenen van de afdwalenden, die u volgen."

De duivel (sjaitân) kan dus niet beschuldigd worden voor het kwaad van de mensen. De mens zélf laat zich, door zijn eigen lusten en zwakheden, door de duivel inspireren. De duivel roept slechts en de mens gehoorzaamt!

Zie Qur'ân 6:122: "... en waarlijk, de duivelen geven hun vrienden in, met u te twisten; en indien u hen gehoorzaamt, zult u waarlijk polytheïsten zijn."

De duivel pretendeert het goede voor te hebben met de mensen en laat het kwaad als iets goeds lijken.

Zie Qur'ân 15:39: "De duivel zei: Mijn Heer! Daar U geoordeeld hebt, dat ik afdwaal, zal ik hun (het kwaad) op de aarde zekerlijk schoon doen schijnen, en ik zal hen allen zekerlijk misleiden."

Hier op aarde neemt de mens de duivel tot zijn vriend, maar op de Oordeelsdag zal de duivel deze vriendschap verloochenen en zeggen: u heeft alles zélf gedaan, ik had geen macht over u.

Qur'ân 14:22: "En de duivel zal zeggen, nadat de zaak beslist is: Waarlijk, Allâh heeft u de belofte der waarheid beloofd, en ik heb u beloften gedaan, maar heb die aan u verbroken, en ik had geen macht over u, behalve dat ik u heb geroepen en u mij gehoorzaamd hebt; derhalve, verwijt mij niet, maar verwijt uzelf...".

Daarom: zoek uw toevlucht bij Allâh tegen de boze inblazingen van de duivel en zijn tegenwoordigheid.

Qur'ân 23:97-98: "En zeg: O mijn Heer! Ik neem mijn toevlucht tot U tegen de boze inblazingen der duivelen: en ik zoek mijn toevlucht tot U, o mijn Heer, tegen hun tegenwoordigheid."

Is het kwaad voorbeschikt?

Velen denken op grond van Qur'ânverzen zoals: "Allâh leidt wie Hij wil en laat dwalen wie Hij wil" (2:26) en "indien het Allâh had behaagd, zou Hij u allen zekerlijk geleid hebben" (6:150) etc. dat het Allâh is Die bepaalt of de mens naar geloof of ongeloof wordt geleid. Allâh dwingt echter niemand tot het geloof of ongeloof (2:256: "Er is geen dwang in de godsdienst"). Degene die uit vrije wil gekozen heeft te geloven, zal door Allâh geleid worden; de mens moet eerst zélf zijn eigen toestand willen veranderen. Dit is geen kwestie van dwang of noodlot, maar van eigen keuze.

Zie Qur'ân 13:11: "... Waarlijk, Allâh verandert de toestand van de mensen niet, tot zij hun eigen toestand veranderen...".

Het kwaad dat een mens overkomt, brengt hij dus zélf teweeg. Zie de volgende Qur’ânverzen:

3:180-181: "... En Wij zullen zeggen: Smaak de kastijding der verbranding. Dit is voor wat uw eigen handen vooraf hebben gezonden en omdat Allâh in het minst niet onrechtvaardig is jegens de dienaren."

42:48: "... en waarlijk, wanneer Wij de mens van Onze genade doen smaken, verheugt hij zich daarover; en indien hen een kwaad treft, wegens wat hun handen alreeds hebben gedaan, dan is de mens waarlijk ondankbaar."

Taqdîr

Het woord taqdîr, dat vaak verkeerdelijk wordt vertaald als ‘predestinatie’ of ‘voorbeschikking’, betekent eigenlijk, dat ‘alles in de schepping onderworpen is aan een wet of een maat’.

De menselijke vermogens zijn dus gebonden aan wetten en maten. Geen mens kan meer goed of kwaad doen, dan wat binnen zijn vermogens ligt. Er zijn grenzen aan goed doen (men kan bijv. niet meer uitgeven dan wat men bezit) en er zijn grenzen aan kwaad doen, omdat het kwaad op den duur zichzelf straft (zie Qur’ân 42:48 e.a. hierboven).

Taqdîr duidt er dus niet op dat Allâh een hoeveelheid goed en kwaad voor de mens heeft voorbeschikt, maar dat Hij het goed en het kwaad binnen de toepasbare menselijke vermogens heeft beperkt, afhankelijk van ieder individu.

Taqdîr vormt dus een wezenlijk onderdeel van ons geloof. Het betekent dat de mens zélf verantwoordelijk is voor zijn daden en zélf te verwijten is voor de gevolgen daarvan, en dat hij door zijn eigen inspanningen zichzelf kan verheffen tot hogere geestelijke graden en zichzelf kan bevrijden uit een uitzichtloze levenssituatie. Niemand kan Allâh de schuld geven voor Zijn straf of ongenade vanwege gedane kwaad, noch kan Hij verweten worden voor rampen en tegenspoed in het leven (zie Qur’ân 42:48 e.a. hierboven).

Bezetenheid

Ook de duivel kan niets verweten worden.

Zoals eerder reeds bleek, wordt op verschillende plaatsen in de Qur’ân gesteld dat de sjaitân geen macht heeft over de mens. De duivel doet slechts verzoekingen en het is de mens zélf die vanuit zijn eigen vrije wil ervoor kiest gevolg daaraan te geven. Deze gewilligheid en openstelling voor duivelse inspiraties kan zelfs erin resulteren, dat de duivel compleet bezit neemt van een persoon. Dit uit zich in allerlei verschrikkelijke gedachten, dromen en stemmen, die aansporen tot onzedelijkheid, geweld, moorden, zelfdoding, etc. De bezetene is als het ware een willoos werktuig in de handen van de duivel geworden. Zij die de partij kiezen van de duivel, op hen heeft hij de overhand. Zie Qur’ân 58:19:

"De duivel heeft de overhand op hen gekregen, en hij heeft hen de gedachtenis Gods doen vergeten; zij zijn de partij van de duivel; nu waarlijk, de partij van de duivel is de verliezer."

Ongetwijfeld zijn de kwade daden van een bezetene net zo goed zonden als de kwade daden verricht onder normale duivelse beïnvloeding. De bezetene had vanuit zijn eigen vrije wil de duivel namelijk kunnen weerstaan.

Men dient echter onderscheid te maken tussen bezetenheid door vrije wil en bezetenheid vanwege een zwakke psychische gesteldheid. Geestelijk gestoorde mensen kunnen ook in bezit worden genomen door de duivel. Hun kwaad kan echter niet als zonde aangemerkt worden, omdat zij niet de vermogens bezaten de duivel te weerstaan. Er is dus een verschil tussen de bezetenheid van psychisch gezonde en psychisch zieke mensen. Op de (ook geestelijk) zieke rust geen blaam (Bu 86:22,27; AD 37:9,17).

Iemand die door de duivel bezeten is, kan drie dingen doen om zich daarvan te verlossen. Soms is zijn eigen intense geloof genoeg om zichzelf te bevrijden. Als dit niet lukt, kan hij psychiatrische hulp zoeken bij een specialist. Als ook dit niet helpt, blijft slechts de duiveluitdrijver (exorcist) over. Dit is een geestelijk sterk persoon zoals een priester, rabbi, imâm of andere sterke gelovige, die voor de bezetene kan bidden, opdat Allâh hem moge verlossen.

Zelfdoding

Tot slot iets over zelfdoding. Het is een zeer groot misverstand te denken dat een persoon die zelfdoding heeft gepleegd, linea recta de hel ingaat. Ook hier dient een onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds psychisch gestoorde mensen, die zichzelf hebben gedood in een vlaag van verstandsverbijstering of wanhoop, en anderzijds mensen die zelfdoding hebben gepleegd slechts als een makkelijk uitvlucht voor hun problemen, terwijl zij wel de vermogens hadden deze te overwinnen. Zie Qur’ân 90:4: "Voorzeker hebben Wij de mens geschapen om moeilijkheden te bestrijden."

Allâh zal daarbij hulp bieden door Zijn genade. Qur’ân 4:29: "... en dood uzelf niet; want Allâh is Genadig omtrent u."

Slechts Allâh, subhâna ta`âlâ, weet als de Beste der rechters wat de geestelijke toestand van de zelfdoder was op het moment van zijn daad en Hij zal bepalen of het een zonde is of niet. Laten wij dankbaar zijn dat Allâh’s Genade alle dingen omvat en dat Hij zelfs de wanhoopsdaad van de zelfdoding kan vergeven!

Einde Rubriek:

Actueel


HELP DENGUE BESTRIJDEN!

Waarop moeten wij letten?

In huis

  • 2x per week het water in vazen verversen en de vazen wassen.
  • 2x per week het water in de bakjes onder uw potplant verversen.
  • 2x per week het wateropvangbakje van uw ijskast uitspoelen.
  • Laat geen voorwerpen met water in huis staan.
  • Zet uw planten in zand en niet in water.
  • Gebruik muskietenverdelgers, klamboes en muskietengaas.
Op het erf
  • Ruim op: banden, blikken, emmers, cups, flessen.
  • Dek uw regenton of waterreservoir af.
  • Houd uw erf schoon! Wied verbergt broedplaatsen.
  • Maak gaten in de bodem van blikjes en ruim ze op.
  • Repareer uw dakgoot.
  • Gooi geen afval op onbewoond terrein.
De verschijnselen van dengue
  • Koorts die 5-7 dagen duurt.
  • Pijn: zware hoofdpijn, pijn achter de oogbollen (vooral bij oogbeweging), gewrichts- en spierpijn.
  • Kleine bloedingen die te herkennen zijn als rode puntjes op de huid. Deze rode puntjes zijn te zien op de voeten, benen, in de oksels en
  • aan het verhemelte. Dit verschijnsel kan zich voordoen aan het eind van de koortsperiode.
  • Langdurige vermoeidheid.
  • Gevoel van depressiviteit.
Tegen dengue bestaat er geen medicijn.

Daarom moeten wij dengue voorkómen!


Traditie versus Religie

Irshaad Djoemai

Het is de bedoeling van hazrat Mirzâ Ghulâm Ahmad geweest om de Islâm in zijn zuiverste vorm te herstellen, omdat heel veel onzuiverheden deze religie waren binnengeslopen. De Ahmadiyya Beweging is echter al meer dan 100 jaren oud en hier en daar beginnen weer wat verkeerde tradities de kop op te steken.

Laten we beginnen met enkele begrippen, die in dit artikel aan de orde komen, te verduidelijken.

Geloof: vertrouwen in de waarheid van iets (niet persé een God);
Godsdienst: geheel van plechtigheden en leerstellingen van een volk of kerkgenootschap voor het aanbidden van God;
Religie: vorm of systeem van godsdienst. Het is de leidraad tussen goed en kwaad;
Gewoonte: iets wat men gewend is te doen;
Traditie: het van generatie op generatie overdragen van gewoonten.

Van gewoonte tot traditie
Traditie is een gewoonte die van generatie op generatie wordt overgebracht.
Hoe ontstaat een traditie?
Iemand kan op een goede dag iets doen en dat steeds vaker gaan doen, totdat het een gewoonte wordt. De kinderen en familieleden van zo’n persoon kunnen door deze gewoonte worden beïnvloed en het gaan overnemen.
Een traditie is geboren.
Zo’n traditie hoeft niet altijd goed te zijn! Denk maar aan de roofbouw bij de Indianen. En zo zijn er nog meerdere voorbeelden van tradities die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de mens.

Als we om ons heen kijken, merken we dat er heel veel is dat traditie genoemd kan worden. Vaak is het zelfs zo, dat tradities meegaan met wat de Heilige Qur’ân ons leert. Daarentegen zijn er weer andere die lijnrecht tegen de religie ingaan. Ook zijn er tradities die we niet kunnen plaatsen als verboden (harâm), maar waar onze kennis en inzicht zullen moeten beslissen of het wel toegestaan is.

Nu zullen enkele voorbeelden worden aangehaald van al dan niet goede tradities.

Verjaardag vieren

Voorzover bekend, heeft de Profeet Muhammad (s.a.w.) nooit zijn verjaardag gevierd. Maar het is ook niet tegen de religie. Het gaat erom wat wij op zo’n dag willen doen.

Wordt het een house party? Of halen we wat vrienden bij elkaar om samen Allâh te danken voor deze dag?

De Profeet (s.a.w.) zei eens: "Beter in goed gezelschap dan alleen en beter alleen dan in slecht gezelschap".

Huwelijksfeest

Dit feest is volgens de Hadîs sterk aanbevolen, evenals de ‘Îd-feesten. Er staat bijvoorbeeld in de Hadîs vermeld: "Geef een huwelijksmaal, al is het maar met één schaap".

Uithuwelijken

Dit is een traditie die heden ten dage nog toegepast wordt, zelfs onder Muslims. Uithuwelijken is tegen de Islâm! In Qur’ân 2:232 staat vermeld, dat een huwelijk pas voltrokken mag worden na goedvinden van zowel jongen als meisje.

Mannen versus vrouwen

Vaak zien we, dat mannen op vrouwen worden voorgetrokken. Volgens Qur’ân 2:228 e.a echter hebben vrouwen dezelfde rechten als mannen.

‘Wassen’

Een andere traditie is het wassen van baby’s met blauw, zout, lemmetje tegen allerlei (on)verklaarbare ziekten.

Deze middelen kunnen wel één of andere medische werking hebben op het kind, dus verkeerd is het niet. Het probleem ligt bij de intentie. Waar het nl. vaak fout gaat, is wanneer bij het ‘wassen’ dingen gezegd worden als "tjar’ a siki gwe!" (breng de ziekte weg) e.d. Dat is een vorm van sjirk (aanbidden van andere zaken naast Allâh)! Bid liever tot Allâh voor genezing en gebruik daarnaast, voorzover nodig en gewenst, medicijnen of andere middelen.

Vuurwerk en drank

Andere tradities, welke ook vormen van sjirk zijn, zijn het afschieten van vuurwerk om geesten te verjagen en het dopen van bijv. een nieuwe auto met bier of champagne.

Allâh duldt niet dat wij andere goden naast Hem aanbidden. En wat wij hier zien gebeuren is duidelijk het aanbidden van andere ‘goden’! Allâh zit echt niet in een fles bier, champagne of wat dan ook! Daar moeten we voor oppassen.

Nieuwjaar

Een vrij bekende traditie is het drinken van een glaasje wijn, champagne of wat sterkers om het nieuwe jaar in te luiden. Let wel: Alcohol en alle andere bedwelmende middelen zijn voor Muslims strikt verboden voor consumptie! (Qur’ân 5:90 e.a.)

Andere voorbeelden

Zo zijn er nog vele tradities die, Islamitisch gezien, nergens op slaan. Enkele voorbeelden:

1. iemand een peper in de hand geven leidt tot ruzie;
2. ‘wat zeggen de sterren’: velen, zelfs Muslims, kopen speciaal de krant om eerst deze rubriek door te nemen en dan pas hun dag te plannen (zie apart artikel m.b.t. ‘horoscoop’ elders in dit blad);
3. bij het zien van een krara sneki is er iemand zwanger;
4. kinderen door een raam opgetild, worden later dieven;
5. scherven brengen geluk;
6. een zwarte kat brengt ongeluk;
7. na 6 uur niet meer vegen, haren knippen, nagels knippen e.d., want dan kunnen er nare dingen gebeuren;
8. bij het horen van een uil gaat iemand dood;

En nog veel meer van zulke dingen…

Een Muslim mag niet in voortekenen geloven! De Islâm verbiedt ons dat! Zie Qur’ân 5:90:

"O gij, die gelooft! ... de (voorspellende) pijlen zijn slechts een onreinheid, des duivels werk..."

Als iemand in voortekenen gelooft, kan zo’n voorteken misschien wel uitkomen. Hoe dan?

Als iemand in iets gelooft, zal hij / zij er namelijk onbewust naartoe werken. Dat is binnen de psychologie al bewezen.

Voorvaderen navolgen

Over verkeerde tradities en gewoontes heeft Allâh gezegd, dat wij niet blindelings de voorvaderen moeten navolgen. Zie Qur’ân 2:170:

"En wanneer er tot hen gezegd wordt: Volg hetgeen Allâh aan u geopenbaard heeft, zeggen zij: Neen! wij volgen datgene waar wij onze vaderen op vinden. Wat! En al hadden hun vaderen helemaal geen verstand en volgden zij ook geen rechte weg?"

Blindelings iemand navolgen wordt dus sterk veroordeeld!

Advies

Voordat u een gewoonte of een bepaald gedrag overneemt, ga eerst na wat uw intentie daarbij is en neem in overweging wat de gevolgen hiervan kunnen zijn (goed of slecht), en vooral, of het niet tegen de Islâm is. Toegegeven: niet alle huismiddeltjes en oude volkswijsheden (bijv. baden met blauw) zijn wetenschappelijk onderzocht; die middelen kunnen inderdaad een bepaalde werking hebben. Belangrijk is, dat u niet uw vertrouwen stelt in een blokje blauw, een pijnstiller of wat dan ook, maar in de Alwetende, Almachtige Allâh, Die uiteindelijk de Genezer is.

Rubriek

Zorg voor het milieu


Aardedag 2000

Inter-religieuze Gezondheidscommissie

(samenvatting)

In verband met Aardedag op 22 april 2000 werd door de IGC een artikel in De Ware Tijd geplaatst. Aangezien een gezond leefmilieu ons allen aangaat, vonden wij het gepast om een samenvatting daarvan in dit blad op te nemen.

Inleiding

Onze levenswijze is verantwoordelijk voor de huidige vernietiging van de aarde. Als wij doorgaan te leven zoals nu, dan is het jaar 2030 de ‘einddatum’; dan zal de aarde zich niet meer weten te handhaven tegen de voortgaande agressie die de mens op haar pleegt. Het voortbestaan van de aarde wordt dan namelijk niet ondermijnd door de één of andere kosmische dreiging, maar door de levenswijze van de mens zélf. Het is voor het eerst in de geschiedenis van de aarde dat het bestaan van de biosfeer afhankelijk is geworden van menselijke beslissingen.

Uitputting

Zo is de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde een gevolg van de levenswijze van de mens. De mens put door zijn cultuur van materialisme de schaarse natuurlijke hulpbronnen uit. Zo gaan dagelijks gemiddeld 10 planten- of diersoorten verloren. In de laatste 30 jaar is de helft van de bestaande bossen vernietigd en is bijvoorbeeld in Brazilië 600.000 km2 Amazonebos verloren gegaan; een oppervlakte zo groot als heel Duitsland. Andere voorbeelden:

  1. de uitputting van de immense waterreservoirs die de natuur opgebouwd heeft in miljoenen jaren, maar die de mens in een enkele eeuw heeft vernietigd, waardoor heden ten dage op sommige plaatsen van de wereld een tekort aan drinkwater bestaat;
  2. de olie en de steenkool die gedurende 100 miljoen jaar gevormd werden en opgeslagen in de diepten van de aarde, zullen tegen het jaar 2050 uitgeput zijn;
  3. rond het jaar 2030 zullen de volgende mineralen bijna uitgeput zijn: bauxiet, zink, fosfaat en chroom.

Houdbaarheid

Er wordt al langere tijd gewaarschuwd tegen de vernietiging van de natuurlijke ecosystemen van de aarde. De mens gaat agressief met de aarde om: hij plundert, vernietigt en put uit, zonder te beseffen dat er een eindpunt bestaat; dat de hulpbronnen van de aarde eindig en schaars zijn. Hoe lang kan de aarde deze agressie nog verdragen? Denk hierbij aan de volgende zaken: 

  1. zure regens verwoesten meren en wouden;
  2. chemisch afval besmet drinkwaterbronnen en de oceanen en vergiftigt de bodem;
  3. pesticiden dringen de voedselketen van de mens binnen en tasten de gezondheid van huidige én toekomstige generaties nu reeds aan;
  4. het nucleair afval als gevolg van de productie van kernwapens / kernenergie is bijzonder gevaarlijk. Het behoudt zijn radio-actieve straling voor een periode van meer dan 100.000 jaar! De mens beschikt niet over de technologie om zich daartegen te beschermen. De 60.000 kernwapens die de mensheid heeft voortgebracht kunnen bij gebruik een nucleaire winter opleveren, waarbij de fijne stofdeeltjes van de grote branden, die daar het gevolg van zullen zijn, en de vele radio-actieve elementen in de atmosfeer, tot een verduistering van de aarde kunnen leiden met als gevolg een afkoeling daarvan, verder dan in de ijstijden van het Pleistoceen. Het is niet denkbeeldig dat deze situatie kan ontstaan, als immers terroristische groepen toegang krijgen tot de kennis van de kernwapens;
  5. de vernietiging van de ozonlaag, die bijzondere laag in onze stratosfeer, 30 - 50 km boven de aarde, die een schild vormt tegen de dodelijke ultraviolette straling van de zon. Die vernietiging vindt vooral plaats door cfk's: stoffen die de mens gebruikt in koelkasten, spuitbussen, enz. Blootstelling aan deze straling veroorzaakt huidkanker, staar, de vernietiging van het immuunsysteem van de mens en van de fotosynthese die verantwoordelijk is voor de opbouw van de voedselketen van de aarde;
  6. verwarming van de aarde door het broeikaseffect van stoffen, die het resultaat zijn van industriële processen, zoals Co2, methaan, fluor en nitrogene oxyden. Voor de vorige eeuw is een gemiddelde temperatuurstijging geregistreerd van 0,3-0,6 graden Celsius. Voor deze eeuw wordt een stijging verwacht van 1,5-5,5 graden. Dit zal desastreuze gevolgen hebben voor het leven op aarde, met droogten en dooi, met overstromingen waarvan die van Midden-Amerika vorig jaar en van Zuid-Afrika dit jaar voorbeelden zijn.

Tekenen van hoop

Naast alle sombere tekenen van onze levenswijze ontwaart de Christelijke theoloog dhr. Boff echter ook signalen van hoop. Hij ziet die in de ontwikkeling van de kwantummechanica, de relati-viteitsleer en de nieuwe biologie, waarmee een andere denkwijze ingang vond. Niet meer het reductionistische denken, waarbij de materie en de natuur als statisch en dood werden ervaren en als object werden gezien voor menselijke behoeften en van menselijke controle. Materie en natuur, en het hele universum, worden met het nieuwe denken ervaren als een subject, waarin alles afhankelijk is van al het andere. De aarde is een levend superorganisme, waarvan alle onderdelen partij zijn in een ‘kosmogenese’: in een scheppingsproces van het leven dat doordrongen is van bewustzijn. Er komt een nieuw beschavingsmodel uit voort waarbij de mens zich niet meer buitengesloten voelt van de natuur, en bedreigd door de krachten ervan, maar waarbij de mens vanuit het gevoel leert leven erbij te horen, er deel van uit te maken en bij te kunnen dragen aan de ontwikkeling ervan.

Tot zover de samenvatting van het IGC-artikel.

Enkele adviezen

Wij willen hierbij enkele adviezen geven, die zeker zullen bijdragen aan een gezonder leefmilieu.

  • Mensen die regelmatig pesticiden (gramoxone, malation e.d.) gebruiken, worden verzocht dergelijke middelen slechts in het uiterste geval te gebruiken. Deze middelen zijn zeer agressief en tasten het milieu (o.a. het grondwater) heel ernstig aan! Als u bijv. met schoffelen kunt volstaan, of met een ‘tjapoe’, kunt u liever dat doen dan een tank gramoxone leegspuiten. U spaart op deze manier het milieu en het is ook nog goed voor de gezondheid.
  • In plaats van flitspuiten (cfk’s!) kunnen we misschien op zoek gaan naar de navulbare ‘flitpompen’ uit oma’s tijd; daar zitten geen cfk’s in. NB: uiteraard dienen we ook flit- en andere spuitbommen (hairspray, enz.) alleen in uiterste nood te gebruiken!

In de volgende edities van An Nûr kunt u in onze ‘Milieurubriek’ meerdere tips verwachten.

Milieuboodschap uit de Heilige Qur'ân

14:32-34: "Allâh is Hij, Die de hemelen en de aarde schiep en water uit de wolken nederzond, (en) dan daarmee vruchten voortbracht als een onderhoud voor u, en Hij heeft u de schepen dienstbaar gemaakt, opdat zij hun loop op Zijn bevel op de zee zouden vervolgen, en Hij heeft u de rivieren dienstbaar gemaakt.

En Hij heeft u de zon en de maan dienstbaar gemaakt, die haar loopbanen volgen, en Hij heeft u de nacht en de dag dienstbaar gemaakt. En Hij geeft u van al wat u Hem vraagt; en indien u Allâh’s gunsten telt, zult u ze niet kunnen tellen; waarlijk, de mens is zeer onrechtvaardig, zeer ondankbaar."

We moeten Allâh dus dankbaar zijn voor alle gunsten die Hij ons heeft geschonken, waaronder ook deze aarde.

33:72: "Waarlijk, Wij hebben de hemelen en de aarde en de bergen het (hun) toevertrouwde gegeven, maar zij hebben geweigerd er ontrouw aan te zijn en hebben daarvoor gevreesd, en de mens heeft zich ontrouw daartoe gewend; waarlijk, hij is onrechtvaardig, onwetend."

Krantenartikel (De Ware Tijd, 4 mei 2000)

Tot slot één van de krantenartikelen, die ons steeds weer herinneren aan vervuiling van ons milieu.

Koraalrif voor kust Belize door warm water verdwenen

In de Caribische zee is een volledig koraalrif afgestorven als gevolg van de stijgende watertemperatuur. Amerikaanse onderzoekers schrijven in het tijdschrift ‘Nature’ dat de zeetemperatuur voor de kust van Belize in 1998 maandenlang tegen de dertig graden bedroeg onder invloed van het klimaatverschijnsel ‘El Nino’. Tot nu toe was alleen bekend dat het warme water leidde tot verkleuring van de koralen. Pas onlangs kwam de complete verdwijning van een rif aan het licht.

Einde Rubriek:

Zorg voor het milieu


Wat zeggen de sterren?

moulvi Rahamat Naipal

‘Horoscoop’ betekent volgens het handwoordenboek van Kramers: "lotvoorspelling aan de hand van de stand van sterren en hemellichamen (planeten, kometen, meteorieten) van een persoon", dus de toekomst voorspellen van de levensloop van iemand.

In het pre-Islamitische tijdperk was dit een veel beoefende ‘bezigheid’. Het had een overheersende invloed op de religie, filosofie en wetenschap van de mensen van toen (en van nu). Ook Muslims zijn niet gespaard gebleven van dit fenomeen, vooral door het gebrek aan Islamitische kennis.

In Arabië werden waarzeggers of wichelaars kahin’s genoemd. De Heilige Profeet Muhammad (s.a.w.) heeft veel tegenstand gehad van deze kahin’s, omdat de komst van de Islâm het einde van alle soorten van bijgeloof betekende. Deze kahin’s, die de mensen bedrogen door hun orakelachtige uitspraken, zagen hun bron van inkomsten wegkwijnen. Er is in een hadîs gezegd dat deze kahin’s tovenaars en kâfir’s zijn. Het is een vorm van sjirk, omdat men dan niet in Allâh gelooft, maar in de voorspellingen van deze bedriegers. Deze mensen doen een inbreuk op de eenheid van Allâh (Heilige Qur’ân hfdst. 112: al Iglâs).

Het Goddelijke bevel via de Profeet Muhammad (s.a.w.) aan de mens is duidelijk (Qur’ân 18:110):

"Zeg: ik ben slechts een sterveling als u; het is mij geopenbaard, dat uw God één God is..."

Volgens de Qur’ân hebben de waarzeggers geen kennis van het ongeziene. Zie 68:47:

"Of hebben zij (de kennis van) het ongeziene, zodat zij (het) opschrijven?"

Wat de voorspellers allemaal doen, zijn gissingen.

Qur’ân 52:38: "Of hebben zij de middelen, waarmee zij luisteren? Laat hun luisteraar dan een duidelijk gezag brengen."

Waarlijk, Allâh heeft de sterren en hemellichamen geschapen ten dienste van de mensheid.

Qur’ân 6:98: "... en Hij is het, Die voor u de sterren heeft gemaakt, opdat u daardoor de rechte weg zou kunnen volgen in de duisternis van land en zee ...".

Hier zegt Allâh ons duidelijk, dat de sterren dienen voor het vinden van de weg in de ‘duisternis’, dus voor oriëntatiepunten voor woestijnreizigers, scheepvaart en vliegverkeer (navigatie). Muslims dienen zich daarom te weerhouden van het gebruiken van de sterren en andere hemellichamen (planeten, meteorieten, de zgn. vallende sterren, kometen, enz.) voor andere doeleinden dan die duidelijk door Allâh aangegeven zijn.

Ook de Heilige Profeet (s.a.w.) heeft de mensen gewaarschuwd niet te doen aan waarzeggerij. Een overgeleverd verslag luidt als volgt:

"Waar ik voor mijn volk na mij het meest voor vrees, zijn de onrechtvaardigheid van de mens, het geloof in sterren en de ontkenning van de Goddelijke Qadr" (ibn Asakir).

In de Islâm is er dus geen enkele basis voor het geloof in waarzeggerij (de horoscooprubriek ‘Wat zeggen de sterren’, etc.). De Muslimleiders (waaronder ook de imâms) moeten waken voor dit euvel in hun djamât en zichzelf niet blootstellen aan gissingen over de toekomst (van personen).

Rubriek

Islâm en andere religiën


Grondbeginselen van de Arya Samâj

Wij van de An Nûr redactie kregen per toeval een poster van de Arya Samâj onder ogen, waarin de grondbeginselen van deze religieuze groepering waren opgesomd. Wij vonden die beginselen dermate interessant, dat wij besloten die aan onze lezers voor te leggen, gezien de opvallende gelijkenis (op enkele punten na) met de Islâm. Het zoveelste bewijs, dat alle openbaringen uit één Bron afkomstig zijn!

  1. God is de oorzaak van alle ware kennis en van de zaken die hierdoor gekend worden.
  2. Het opperwezen is Waar, Intelligent, Heilig, Gelukkig, Almachtig, Rechtvaardig, Barmhartig, Zonder gelijke. Hij is de onderhouder van het heelal, de Albeheerser, de Aldoordringer, Alwetend, zonder vrees. Hij is zonder Begin, Ongeboren, Oneindig, Onveranderlijk, Eeuwig, Onverouderbaar, Onsterfelijk en Onlichamelijk. Hij is de Maker van het heelal. Slechts Hem komt aanbidding toe.
  3. De veda’s zijn de boeken der ware kennis. Het is de voornaamste plicht van de Ariërs om te lezen, te onderwijzen, te horen en voor te dragen.
  4. Ieder zal steeds bereid zijn de waarheid aan te nemen en onwaarheid te verwerpen.
  5. Alle daden dienen deugdzaam te zijn, d.w.z. zij moeten gesteld worden na de overweging van hunne toelaatbaarheid of slechtheid.
  6. Het hoofddoel van de Arya Samaj is het welzijn der wereld, d.i. de bevordering van alle lichamelijke, geestelijke en sociale belangen.
  7. Ieder zal overeenkomstig zijn verdiensten met liefde en rechtvaardigheid behandeld worden.
  8. Onkunde moet uitgeroeid en kennis verspreid worden.
  9. Niemand zal tevreden zijn met eigen welzijn, maar ieder beschouwt zijn eigen welzijn als ondergeschikt aan dat van allen.
  10. Allen dienen zich te onderwerpen aan de wetten, die heilzaam zijn voor de ganse gemeenschap. In persoonlijke aangelegenheden mag echter naar goedvinden gehandeld worden.

Uit: poster van ‘Vaidik Savita Sansthan’, Rotterdam

Noot van de An Nûr redactie: wij missen hier de vermelding van een Profeet en van een Laatste Dag. Het al dan niet aanhangen van de reïncarnatieleer blijkt ook niet uit de tekst.

Einde Rubriek:

Islâm en andere religiën


Moederdag

Een greep uit de Djum’ah-gutba
over de betekenis van moederdag.

Verzorgd door drs K.Ghafoerkhan

De Islâm leert ons dat we niet alleen op moederdag, maar iedere dag goed voor onze moeder (en vader) moeten zijn.

Heilige Qur’ân

Qur’ân 46:15 zegt: "En Wij hebben de mens geboden, zijn ouders goed te doen; zijn moeder heeft hem met moeite gedragen en hem met moeite gebaard…".

En in 17:23-24: "En uw Heer heeft u bevolen, dat u niemand zult dienen behalve Hem en (dat u) uw ouders goedheid (zult bewijzen). Indien één of beiden van hun de hoge ouderdom bij u bereiken, zeg dan niet tot hen (zoiets als) ‘Foei’ en bekijf hen niet en zeg tot hen een edelmoedig woord. En laat u ootmoedig teder zijn jegens hen met erbarming, en zeg: ‘Mijn Heer! Heb medelijden met hen, aangezien zij mij grootbrachten (toen ik) klein (was)’."

Verder in 31:14-15: "En Wij hebben de mens ten aanzien van zijn ouders bevolen – zijn moeder draagt hem met zwakheid op zwakheid en zijn zogen neemt twee jaar – zeggende: Wees dankbaar jegens Mij en jegens uw beide ouders; tot Mij is de uiteindelijke komst. En indien zij tegen u strijden, opdat u datgene met Mij zult verenigen waarvan u geen kennis hebt, gehoorzaam hen niet … en volg de weg van hem die zich tot Mij wendt…".

Dit laatste vers geeft duidelijk aan om de ouders niet te volgen die van het pad van Allâh afgedwaald zijn, doch de weg van diegenen te volgen, die zich tot Allâh richten.

Hadîs

Er zijn ook enkele gezegden (Hadîs) van de Heilige Profeet Muhammad (s.a.w.), zoals een heel bekende, nl. "dat het Paradijs onder de voeten van de moeder ligt", wat betekent dat goed zorgen voor jouw moeder maakt, dat je na de dood naar het Paradijs zult gaan.

Iemand vroeg eens aan de Profeet (s.a.w.) met wie hij de beste relatie moet hebben. De Profeet zei: "met jouw moeder!" Dit gebeurde 3x en pas daarna zei de Profeet: "je vader."

Enkele vragen ter overdenking

Het is goed om even stil te staan en na te denken over de soort relatie die je met jouw moeder hebt. Is het een goede relatie? Hier zijn enkele vragen die kunnen helpen.

Wanneer heb jij jouw moeder voor het laatst bezocht? Denk jij dat zij tevreden is over jou? Heb jij haar ooit een verwijt gemaakt? Wat zou zij het liefst willen hebben? Welke drie dingen maken haar verdrietig of blij? Hoe vaak heb je per week contact met haar? Wanneer heb je voor het laatst voor haar gekookt? Wanneer heb je haar voor het laatst een cadeau gegeven?

De Profeet (s.a.w.) heeft ons geleerd dat het goed is om elkaar cadeaus te geven om elkaar blij en gelukkig te maken.

Blijf voor moeder bidden

En wanneer jouw moeder niet meer leeft, kun je toch nog iets voor haar doen! Volgens een gezegde van de Profeet (s.a.w.) komt er met de dood een eind aan de handelingen van een persoon, behalve aan de volgende drie dingen:

  • een sadaqa djâria (een doorlopende zegen, die men ontvangt bijvoorbeeld door het bouwen van een moskee, school, ziekenhuis enz.; deze zegen continueert zolang die instituten bestaan);
  • overgedragen kennis die toegepast wordt in de praktijk;
  • een rechtschapen kind dat voor de overleden ouders bidt. De Profeet (s.a.w.) zei dat kinderen aan Allâh voor hun overleden ouders om vergeving en genade moeten blijven vragen en de beloften die zij gemaakt hadden, moeten vervullen. Wij moeten, uit respect voor onze overleden ouders, goede contacten blijven onderhouden met hun relaties.

Op ons rust ook de plicht aan allen, die het nog niet weten, te vertellen dat het Paradijs onder de voeten van de moeder ligt, ook aan niet-Muslims, zodat ook zij daaruit hun voordeel kunnen halen.

Rubriek

Islâm en wetenschap


Buitenaards leven?

In het dagblad ‘De Ware Tijd’ van 15 mei 2000 verscheen het volgende artikel:

Wetenschap buigt zich over communicatie met buitenaardse beschaving

Aangenomen dat er buitenaardse intelligentie bestaat en dat we ermee willen communiceren, in welke vorm kan onze boodschap dan het beste worden vervat?

Al sinds de jaren zestig wordt er gezocht naar signalen van buitenaardse beschavingen. In deze Search for Extra-Terrestrial Intelligence (SETI) worden grote radiotelescopen gericht op sterren die vergelijkbaar zijn met onze zon, in de hoop boodschappen op te vangen van een buitenaardse intelligentie (ETI) die zich mogelijk heeft ontwikkeld op een levensvatbare planeet rond zo’n ster.

Het bestaan van leven elders in het heelal wordt door weinig sterrenkundigen betwijfeld. Want in een heelal met duizend miljard sterrenstelsels die elk zo’n duizend miljard sterren bevatten is het welhaast ondenkbaar dat alleen op onze eigen Aarde de juiste condities aanwezig waren voor het ontstaan van leven.

Tegenover het geduldig afluisteren van de kosmos staat het nemen van eigen initiatief: zelf boodschappen de ruimte in sturen. Sinds kort buigt de wetenschap zich over de vraag hoe dat het beste kan. Tot een aantal jaren geleden was er echter zelfs nog geen bewijs gevonden voor het bestaan van planetenstelsels rond andere sterren. Maar na de ontdekking van de eerste zogenoemde exoplaneet in 1991, is het aantal nieuwe ontdekkingen spectaculair gestegen. Momenteel zijn er reeds circa 50 planeten gevonden rondom andere sterren en hun aantal neemt gestaag toe (zie voor de laatste stand van zaken: www.obspm.fr/encycl/catalog.html).

Geen van deze planeten is evenwel vergelijkbaar met de Aarde. Het zijn stuk voor stuk zware gasvormige planeten waarop vrijwel zeker geen leven mogelijk is.

Algemeen wordt aangenomen dat dit slechts een selectie-effect is. Voorop staat, dat het bewijs geleverd is dat ook andere sterren over een planetenstelsel beschikken. Dat laat eens te meer zien dat onze zon geen unieke plaats in het heelal inneemt. (NRC)

Tot zover het artikel.

Islamitisch gezien is dit een heel interessant artikel. Zullen de wetenschappers in staat zijn planeten te ontdekken waarop leven mogelijk is? En zo ja, zal er op die planeten leven worden waargenomen?

Het is keer op keer bewezen dat er in de Heilige Qur’ân waarheden staan vermeld waarvan de wetenschap zo’n 1400 jaar geleden geen flauw benul had, maar die in de loop der eeuwen allemaal zijn bewezen, zoals het nut van borstvoeding, de schadelijke effecten van alcohol en varkensvlees, enz. enz. En als we bovenstaand artikel relateren aan de Heilige Qur’ân, zien wij in 65:12 staan:

"Allâh is Hij, Die zeven hemelen heeft geschapen en van de aarde de gelijke daarvan; het besluit blijft onder hen nederdalen…".

Wat kunnen we uit dit vers afleiden?

  1. dat Allâh zeven hemelen heeft geschapen. Let wel dat het begrip ‘zeven’ geen absoluut begrip is, maar eerder de betekenis heeft van ‘oneindig veel’ (zie het artikel ‘Allâhu Akbar’ in onze vorige An Nûr).
  2. dat van de aarde de gelijke van zeven hemelen zijn geschapen, dus zeven (lees: oneindig veel) aarden.
  3. dat het besluit onder hen blijft nederdalen. Als we het besluit zien als het Woord van Allâh, betekent dit dat er leven op die planeten moet zijn.

Conclusie: Allâh schijnt in de Qur'ân te hebben vermeld dat er oneindig veel ‘aarden’ bestaan, waarop leven voorkomt. De moderne wetenschap zal in de (nabije?) toekomst moeten aantonen, of de door ons gegeven interpretatie van vers 65:12 uit de Qur’ân juist is!

Einde Rubriek:

Islâm en wetenschap


55 jaar Qamrul islam

Speech verzorgd door dhr. Rahmat Baksoellah

op zaterdag 12 februari 2000

1940

Omstreeks 1940 woonden er zo’n 40 Muslimgezinnen aan de Leysweg, de Commissaris Weytingweg, Kasabaholo, Duisburg en omgeving. Aangezien de Muslims in deze regio geen moskee hadden, ver-vulden zij hun godsdienstplichten in naburige moskeeën. Enkele jaren later verhuisde een deel van de aldaar woonachtige Muslims naar andere gebieden, waardoor de djamât numeriek achter-uit ging en tenslotte opgeheven werd.

Naarmate de tijd verstreek en het aantal inwoners in deze regio weer toenam, groeide de behoefte aan een moskee. Intussen ver-huisde de familie van baba S. Hassanmoha-med van Saramacca naar Kasabaholo. De familie S. Wazier was eerder van Ephraims-zegen naar Leysweg verhuisd. Deze Muslims behoorden tot goede kenners van de Islâm en het is daarom logisch dat zij, samen met andere vooraanstaande personen uit deze regio, het initiatief namen om het streven van de aldaar wonende Muslims nieuw leven in te blazen. De initiatiefnemers waren: baba S. Hassanmohamed, Baksoellah sr., S. Wazier, A. Abdoeljamiel (Panjabie). De directe medewerkers waren: B. Khedoe, M.H. Kariman, H. Soebratie, A. Ghauharalie, A. Allie e.a.

De eerste gebedsruimte

In deze dagen had een zekere heer Hassanali een kampje op zijn perceel aan de Leysweg voor het verrichten van zijn gebeden. Hem werd voorgesteld zijn kampje open te stellen voor alle Muslims van Leysweg e.o., zodat de Tarâwih namâz gedurende de vastenmaand Ramadân aldaar gezamenlijk kon worden verricht. Hij ging accoord. In deze `gebedsruimte werd later ook de wekelijkse Djum’ah namâz verricht; voor ‘Îd gebeden werd echter gebruik gemaakt van andere naburige moskeeën.

1943: de splitsing

Tijdens een moskeebezoek van het SIV-hoofdbestuur in de vastenmaand van 1943 deed de SIV-voorzitter, wijlen dhr. S.M. Jamaluddin, aan dhr. Chedie, vader van de dhr. Hassanali, het voorstel om zijn moskee aan de djamât van Leysweg te schenken, waardoor de leden verzekerd zouden kunnen zijn van een gebedsruimte. Chedie baba en zijn zoon gingen echter niet in op het voorstel. Hassanali verklaarde dat zijn moskee zelfstandig zou blijven en dat er geen aansluiting zou plaatsvinden bij welke gemeente dan ook, doelend op de SIV en de SMA (Surinaamse Mus-lim Associatie).

Enkele maanden later deden geruchten de ronde dat Hassanali, zonder medeweten van de leden, de djamât had aangesloten bij de SMA. Toen dit de leden, die niet sympathiseerden met deze organisatie, ter ore kwam, ontstond er een conflict. Een splitsing werd onver-mijdelijk. De Sunni’s bleven bij Hassanali en de Ahmadi’s (de meer-derheid) trokken zich terug.

Inmiddels was het wederom zover dat de Tarâwih namâz verricht moest worden. Dhr. Baksoellah sr. stelde de eerste etage van zijn nieuwe woning hiervoor beschikbaar. Van deze ruimte heeft men ongeveer een jaar gebruik gemaakt.

1944-1968

In 1944 werd besloten om op het perceel van moulvi Saboerali Wazier een kamp op te zetten, dat primair gebruikt zou worden als Urdu-school. Later werden hier ook de Djum’ah en de Tarâwih namâz verricht. Intussen bleef men uitkijken naar een geschikt stuk terrein. Op een vrijdag na de Djum’ah namâz deed baba S. Hassanmohamed een hartstochtelijk beroep op de aanwezige Muslims om een stuk terrein af te staan voor de bouw van een moskee, waarop dhr. Baksoellah sr. de djamât een stuk eigendomsperceel van 20 x 20m toezegde.

Uiteindelijk brak het historisch moment aan: op 16 februari 1945 besloten de leden om een eigen djamât op te richten, die later Qamrul Islam zou heten. Direct na de oprichting werd er een aanvang gemaakt met de bouw van de moskee. Om de werkzaamheden te coördineren werd een bestuur gekozen dat als volgt was samengesteld: A.H. Hassanmohamed (voorzitter), R. Baksoellah, S. Wazier, Moh. Hussain en A. Moestadja. Precies een jaar later, in februari 1946, vond de inwijding plaats door maulana Bashir Ahmad Minto, die als gast van de SIV hier te lande vertoefde. Deze moskee heeft dienst gedaan tot 1968.

1968-1984

Vanwege het groter geworden ledental werd besloten de oude moskee af te breken en een grotere op te zetten. Op vrijdag 27 september 1968, na de Djum’ah namâz, begon men met het slopen van de oude moskee. Het bestuur bestond toen uit hadji A. M. Hassanmohamed (voorzitter), J.A. Baksoellah en J. Garieb. Aan dit bestuur werd een bouwcommissie van 10 leden toegevoegd o.l.v. dhr. S. Ilahibaks. In oktober 1968 werden de eerste stenen gelegd. Op 29 augustus 1970 werd dit prachtig bouwwerk ingewijd door maulana hazrat Ameer Sadroeddien, president van de Ahmadiyya Anjuman Lahore, die in Suriname vertoefde op uitnodiging van de S.I.V. ter bijwoning van de 5th Ahmadiyya Convention of the Western Hemisphere, welke te Paramaribo plaatsvond.

Daar de moskee bijkans twee maal zo groot was dan de vorige, was er haast geen ruimte over om een ander gebouw op te zetten. Op verzoek werd, tijdens het voorzitterschap van dhr. S. Ilahibaks, door mevrouw de wed. Rasoela Baksoellah–Abdoelrahman een stuk grond van 5 x 20m aan de djamât geschonken. Op dit terrein bouwde men in 1972 de school en de vergaderzaal. Na vertrek van dhr. S. Ilahibaks naar Nederland werd in 1975 een nieuw bestuur gekozen o.l.v. M.A. Saboerali. Dit bestuur heeft de vergaderhal bijgebouwd, de keuken en andere faciliteiten (waaronder een wudu-ruimte) gereedgemaakt, een ruimte voor de bibliotheek opgezet, enz.

1984-heden

Op 2 december 1984 werd dhr. A.M. Hassanmohamed gekozen tot voorzitter. De overige bestuursleden waren A.H. Rodjan, F. Rodjan, R. Abdoelrahman, J. Baksoellah, I. Alli en N. Hassanmohamed. In 1986 werd dhr. M.R. Khodabaks voorzitter. Hij leidde de djamât tot 1993. De verkiezing van 1993 leverde dhr. K. Ilahibaks op als voorzitter. Hij leidde Qamrul Islam tot 1997, waarna hij om gezondheidsredenen aftrad. Onder zijn leiding werd de moskee gerenoveerd. T.b.v. de jongeren werden cursussen in het leven geroepen.

Na het aftreden van dhr. Ilahibaks werd het bestuur overgenomen door ondervoorzitter F. Abdoelaziz, die als voorzitter tot heden aanzit. De overige bestuursleden zijn M.S. Saboerali, F. Baksoellah, H. Banda en M. Radjbali.

De lessen in het Arabisch worden gecontinueerd. Aan een groep leerlingen is inmiddels certificaten uitgereikt door de minister van Onderwijs. Ongeveer 12 leerlingen doen aan Qur’an recitatie en 2 jongelui worden opgeleid tot imâm.

Voorzitters, imâms en vrouwencommissie

Voorzitters van 1945-heden: A. Hamid Hassanmohamed (1945–1954); hadji A. Madjied Hassanmohamed (1954–1968); hadji S. Ilahibaks (1968–1975); M.A. Saboerali (1976–1985); hadji A. Madjied Hassanmohamed (1985–1986); M.R. Khodabaks (1986–1993); K. Ilahibaks (1993–1997); F. Abdoelaziz (1997-heden).

Imâms: hadji D.A. Hassanmohamed (Sain baba); hadji S. Wazir; A.Hamid Hassanmohamed; hadji A. Madjied Hassanmohamed; G. Orie (de welbekende moulvi Ghaibi, nu wijlen); A.H. Rodjan; A.R. Rodjan; A. Alli; A.S. Rodjan. Grote dank en waardering gaan uit naar de vrouwelijke leden van Qamrul Islam, die onder alle omstandigheden de djamât met raad en daad hebben bijgestaan. De dames die de vrouwencommissie hebben geleid zijn: mw. D. Saboerali–Madjoe, mw. Hassanmohamed–Juthan en mw. A. Baksoellah–Mohamedjoesoef.

Plaats binnen de samenleving

Qamrul Islam heeft binnen de S.I.V. en in de samenleving een belangrijke plaats verworven. Zo hadden en hebben onze leden zitting in het hoofdbestuur (o.a. de huidige SIV-voorzitter) en in diverse commissies van de SIV. De voorzitter van de Djamâ’at-ul-‘ulamâ (Raad van Geloofszaken), M.A. Saboerali, is lid en en oud-voorzitter van Qamrul Islam. De ex-voorzitter van de Jongerencommissie, drs. R. Bipat, is ook lid van deze djamât. Dhr. S. Rodjan is secretaris van de Djamâ’at-ul-‘ulamâ en imâm van Qamrul Islam. De voorzitter van de bouwcommissie ‘Jâma Masdjîd SIV’, Ir. M.A. Ataoellah (wijlen), was ook lid van deze afdeling. Tijdens zijn leven was hij ook minister van Openbare Werken en Verkeer (1980–1983). Drs. E. Alibux, ook lid van Qamrul Islam, was minister van Sociale Zaken (1980-1982) en later premier van Suriname. In de vorige regering (Wijdenbosch) beheerde hij de portefeuilles van Natuurlijke Hulpbronnen en van Financiën. Ir. J. Abdoel, een trouw lid van Qamrul Islam, is ook minister geweest van Openbare Werken en Verkeer. Dhr. R. Baksoellah was van 1969 tot 1973 lid van de Staten van Suriname.

Onderscheidingen

De volgende leden van Qamrul Islam werden onderscheiden door de Staat: S.A. Baksoellah (1946: koninklijke onderscheiding voor bewezen diensten als militair bij staats- en landmacht gedurende de 2e wereldoorlog); A.H. Rodjan (ridder in de orde van de Gouden Palm, 1984); mevr. D. Saboerali – Madjoe (idem, 1992).

De Sitara-e-Ahmadiyyat (de hoogste onderscheiding van de SIV) kregen: A.H. Rodjan (1991); R. Ghauharali (1991); M.A. Saboerali (1994); A. Allie (1995).

Oorkonden: mevr. D. Saboerali–Madjoe (1989); M.S. Ishaak (oud hoofdbestuurslid; 1994); A. Allie (1994); M. Allie (1995); A.R. Rodjan (1995); M.R. Khodabaks (1995).

Ik wil besluiten met de verzen 33:70-71 uit de Qur’ân:

"O gij die gelooft, wees oppassend voor uw (plicht jegens) Allâh en spreek het rechte woord. Hij zal uw werken voor u verbeteren en u uw zonden vergeven; en wie Allâh en Zijn apostel gehoorzaamt, heeft inderdaad een groot succes behaald."


Politiek versus Religie

Een evaluatie

An Nûr redactie

Nu de verkiezingen voorbij zijn, lijkt het ons interessant om na te gaan, welke invloed politiek en religie gedurende de afgelopen periode op elkaar hebben uitgeoefend.

We starten onze evaluatie met een artikel, welke verscheen in het dagblad ‘De Ware Tijd’ van 20 april 2000.

Misbruik Heilige Geschriften tijdens verkiezingscampagnes

Het is gebleken dat voornamelijk politici in de felheid van hun verkiezingscampagne citeren uit onze Heilige Geschriften en daarbij zelfs de moed opbrengen om de verzen te verdraaien, te vervormen of te improviseren.

Vanuit de geïmproviseerde teksten blijkt dat het vaak beledigend is naar anderen toe. Meestal wordt verwezen naar ons Heilig Boek het Rámáyana. Wij willen een ieder erop wijzen, dat wij Hindu’s erg veel geloof, waarde en eerbied hechten aan onze Geschriften en wij u derhalve vragen om tijdens uw speeches te verwijzen naar andere citaten of teksten. Door eigen interpretaties tornt u aan de hoogste morele waarden, namelijk de Dharma, die de opperwet is waaraan een ieder zich dient te houden.

Het is niet juist dat u de spot drijft met óf de Geschriften óf de helden daaruit, die door u zelfs in vergelijking worden gebracht met andere politici in Suriname anno 2000. De Geschriften dienen door een ieder gerespecteerd te worden en namens alle gelovigen wordt er een beroep op u gedaan om te kijken naar een andere manier van campagnevoering. Immers, na de verkiezingen van 25 mei zullen alle Surinamers gezamenlijk de opbouw van ons land ter hand moeten nemen en dat als gelijkwaardige burgers van het land.

Hoogachtend,

Namens vele priesters,

B. Patandin

Tot zover het artikel.

Verder verscheen in ‘De Ware Tijd’ van 3 mei 2000, in de redactionele rubriek van de krant, een stuk onder de titel:

Politieke partijen vergalopperen zich

Verscheidene politieke partijen smijten op hun wijkvergaderingen met vuil naar anderen. Vooral op wijkvergaderingen gaat men behoorlijk tekeer. Partijen die officieel bekendmaken dat ze niet zullen uitschelden, beledigen hun politieke tegenstanders naar hartelust. Er wordt zelfs niet geschroomd de godsdienst te misbruiken voor partijpolitieke doeleinden. In een ingezonden stuk in deze krant is hiervan eerder gewag gemaakt. Op een vergadering onlangs beweerde een politieke partij dat ze aan de juiste zijde staat van het Hindu-geloof. Deze organisatie heeft de zon in haar vlag, die hetzelfde symboliseert als de Pandava's in het Hindu-geloof Mahabharata. Deze partij zou aan de zijde van het licht staan. De tegenpartij die afgedwaald is van het geloof, de Kaurava's, had een leeuw als symbool. Tegen deze slechteriken zal ten strijde worden getrokken. Meerdere partijen waarvan de leiders het Hinduïsme aanhangen, misbruiken het geloof om hun tegenstanders neer te halen. Deze vorm van partijpolitiek is verfoeilijk. 

Tot zover dit tweede artikel.

Verder hebben wij van de An Nûr redactie enkele malen meegemaakt, dat bestuurders van bij de S.I.V. aangesloten vereni-gingen het tijdens de verkiezingsdrukte vaak lieten afweten als ze op bijeenkomsten van de bewuste verenigingen werden verwacht, vaak genoeg zelfs zonder het fatsoen te kunnen op-brengen zich af te melden. En dit alles omdat zij politieke bijeenkomsten moesten bijwonen van partijen, waarvan zij actief lid zijn.

Wij mogen er als SIV trots op zijn, dat volgens ons Huishoudelijk Reglement (art. 21) het niet toegestaan is voor bestuurders en imâms van onze verenigingen om actief politiek te bedrijven!

De Akieda-strijd

Het is misschien interessant te vermelden, dat de Akieda-strijd (de strijd voor behoud van de Ahmadiyyat) ook politiek gekleurd was.

Een deel van het toenmalig SIV-bestuur (vóór de splitsing) wenste de Ahmadiyyat vaarwel te zeggen met o.a. als doel financiële steun te verkrijgen uit Libië. Dit land steunde namelijk geen Ahmadiyya-groeperingen.

Het was datzelfde deel van dat bestuur, dat een duidelijke voorkeur had voor de politieke combinatie N.P.K., getuige het feit dat publiekelijk (via het dagblad ‘De Ware Tijd’ in 1974) sympathie werd betuigd aan de door deze combinatie gevormde regering, tot grote ergernis van vele SIV-ers. Deze politieke wrijving binnen de djamât gaf aan de Akieda-strijd uiteraard een extra voedingsbodem.

Tijdens de SIV-bestuursverkiezing in 1978 koos de meerderheid van de SIV voor behoud van de Ahmadiyyat. De verliezers wensten zich, helaas, hierbij niet neer te leggen en splitsten zich af. Deze groep werd later de S.I.O. (Surinaamse Islamitische Organisatie).

Er was in deze kwestie dus een duidelijke ‘link’ merkbaar tussen de groep die zich wilde afsplitsen en hun politieke voorkeuren.

Volledigheidshalve dient te worden vermeld, dat er intussen een hechte band van Muslim-broederschap is gegroeid tussen de SIV en de SIO.

Moge Allâh onze SIV behoeden voor verdere splitsingen.

Âmîn!


De jongen die stenen naar bomen gooide

Verhaal

In Madînah woont een kleine jongen. Het is een beste jongen, alleen heeft hij één hele slechte gewoonte. Hij gooit altijd stenen naar bomen. En hij vindt het nog leuk ook!

Op een dag gaat de jongen naar een oase, net buiten de stad. Die oase is lekker koel. In de schaduw groeien dadelpalmen, waar veel dadels aan hangen. Zodra hij ze ziet, raapt de jongen een paar stenen op en gooit ze naar de bomen. De stenen raken de dadelpalmen en de dadels vallen in het zand.

Na een tijdje stopt de jongen met stenen gooien. Hij begint de dadels op te eten. Daar houdt hij ook erg veel van! De dadels smaken heerlijk en de jongen eet ze allemaal op. Hij denkt er helemaal niet aan, dat hij de bomen beschadigt. Ook denkt hij niet aan de eigenaar van de bomen.

Als die eigenaar ontdekt wat de jongen heeft gedaan, wordt hij heel erg boos. Hij vermoedt wel, dat het een kwajongen is, die de dadels uit zijn bomen slaat. Daarom wacht hij de jongen op.

En ja hoor, daar komt de jongen weer. Hij gooit stenen naar de bomen en raapt de dadels op die gevallen zijn. Daar heeft de eigenaar op gewacht. Hij rent op de jongen af en grijpt hem in zijn nekvel. De jongen schrikt zich een hoedje. Als hij het boze gezicht van de man ziet, wordt hij erg bang. Maar hoe hard hij ook schreeuwt en tegenspartelt, de eigenaar laat hem niet los.

De jongen wordt meegenomen naar de Profeet Muhammad (vrede zij met hem). Daar vertelt de eigenaar wat de jongen heeft gedaan. De jongen is bang dat de Profeet heel erg boos op hem zal zijn, maar dat is helemaal niet zo. Hij spreekt op een rustige, zachte toon met de jongen.

"Waarom gooi jij stenen tegen bomen?" informeert de Profeet.

"Om dadels te krijgen", antwoordt de jongen. "Als ik niet met stenen gooi, hoe moet ik dan aan die dadels komen?"

De Profeet begrijpt meteen, dat de jongen nog maar klein is en nog veel moet leren. Hij vindt dat de jongen niet echt ondeugend is geweest, alleen maar onnadenkend. Daarom aait de Profeet hem over zijn hoofd om hem gerust te stellen. Hij spreekt hem vriendelijk toe.

"Gooi geen stenen tegen de bomen", zegt hij tegen de jongen. "Want als de bomen beschadigd zijn, dan geven ze geen fruit meer. Eet alleen de dadels, die vanzelf op de grond gevallen zijn."

Daarna zegent de Profeet de jongen. Hij vraagt Allâh, of de jongen snel wijs en verstandig mag worden.

De jongen heeft die dag een belangrijke les geleerd. Hij heeft geleerd, dat hij geen bomen kapot mag maken om aan dadels te komen. De bomen geven hun dadels zelf, door ze te laten vallen als ze rijp zijn. Nu is de jongen al een stuk wijzer dan daarvoor. Hij voelt zich ook een stuk gelukkiger. Want hij heeft gemerkt, dat de Profeet aardig voor hem was. Ja, de Profeet houdt van alle kinderen.

 

Diversen

SIV-nootjes

Verkiezing Hakikatoel Islam

Op zondag 27 februari 2000 vonden op onze afdeling Hakikatoel Islam aan de Indira Gandhiweg bestuursverkiezingen plaats. De gebruikelijke verslagen van de penningmeester en de secretaris werden tijdens de hiertoe gehouden Algemene Ledenvergadering gepresenteerd en goedgekeurd.

Tijdens agendapunt ‘rondvraag’ bleek duidelijk dat het bestuur zeer kritisch door de leden wordt begeleid. Dit valt zeer toe te juichen.

Er was slechts één kandidatenlijst ingediend en het zittend bestuur o.l.v. dhr. S. Ali Ahmad werd bij acclamatie gekozen. Het bestuur werd aangevuld met nog één lid, t.w. dhr. S. Khodabaks. Hierna legde de voorzitter in handen van imâm Mohamed Amin de eed af.

Het Hoofdbestuur feliciteert de leden en wenst het afdelingsbestuur veel succes toe voor de komende zittingsperiode.

Convention 2000

Ook dit jaar worden wereldwijd diverse Ahmadiyya conventions georganiseerd. Voorzover mogelijk zal de SIV proberen om in al deze internationale samenkomsten te participeren.

Hier volgt de conventionlijst:

1. Moskou (Rusland) : 3-4-5 juli;

2. St. Petersburg (Rusland) : 29 juli (1 dag);

3. Columbus Ohio (USA) : 4-5-6 augustus;

4. Trinidad & Tobago : 18-19-20 augustus;

5. Australië : begin oktober, 3 dagen;

6. Salana djalsa in Pakistan in de laatste week van december.

Cursussen

De Jongerencommissie is heel goed bezig. Zij verzorgt nu op de zaterdagmiddag de cursus ‘Elementaire Islâm’. De cursus EHBO is inmiddels afgerond.

De cursus van maulâna Baidar Khan sâhib is thans uitgebreid met de cursus voor opleiding tot imâm (iedere vrijdag vanaf 19:00 uur). Zeker een 15-tal personen, voornamelijk jongeren, zijn hierbij heel actief betrokken.

Maulâna blijft nog ongeveer 2 maanden onder ons en vertrekt omstreeks de tweede helft van juli naar Pakistan. Thans gaat hij op de vrijdag naar de verschillende afdelingen om de Djum’ah diensten te verzorgen. Ook een manier om alvast een beetje afscheid te nemen.

Imdadia: zeer actief

Voorzitter Saddiek Rostam-khan van onze afdeling ‘Imdadia’ aan de Indira Gandhiweg berichtte ons, dat aldaar Arabisch en Urdu cursussen worden verzorgd. Er zijn momenteel twee groepen: een groep van 12 (beginners) en nog een groep van 12 (gevorderden). Cursusleider is de welbekende moulvi Roy Ilahibaks.

Alg. Ledenvergadering SIV

Het SIV-hoofdbestuur heeft gemeend om voor 12 maart 2000 een ALV uit te schrijven om enkele artikelen uit het Huishoudelijk Reglement aan te vullen dan wel te wijzigen, omdat bepaalde artikelen niet meer voldeden aan de geest van de tijd. Zo was bijv. de contributie per lid per maand gesteld op Sf 1,=. De kosten om deze ene gulden te innen bezorgden de penningmeester, dhr. M. Abdoel, de nodige hoofdbrekens.

Heet hangijzer was artikel 21, waarin gesteld is dat (hoofd)bestuursleden en imâms niet actief mogen participeren in de politiek. Na eerst de Raad van Advies te hebben gehoord, die ook het nodige voorbereidingswerk heeft gedaan, maar vooral omdat verschillende malen verzoeken uit het veld het Hoofdbestuur bereikten om dit artikel te wijzigen, werd een voorstel tot wijziging aan de ALV voorgelegd. Deze ALV was zeer druk bezocht.

Nadat de leden, waaronder ook juristen, politici, studenten e.a. hun mening kenbaar hadden gemaakt, was het overduidelijk dat het overgrote deel van de aanwezige leden geen voorstander was van wijziging van dit artikel. Het Hoofdbestuur besloot daarom het onderhavige voorstel tot wijziging in te trekken.

Twee bestuursleden, t.w. de heren S. Ali Ahmad (die intussen herkozen was als voorzitter; zie eerste nootje) en S. Badoella van Hakikatoel Islam, die actief zijn in de politiek, hebben inmiddels hun ontslag ingediend bij het Hoofdbestuur. Onder dankzegging voor de vele goede diensten bewezen aan de vereniging is hun ontslag aanvaard. Zij zullen als gewoon lid hun krachten blijven geven tot verdere groei en bloei van de djamât.

Installatie voorzitter Jongerencommissie

Op 6 juni 2000 is Irshaad Djoemai door het SIV-hoofdbestuur officieel aangesteld als voorzitter van de SIV-jongerencommissie.

Milãd un Nabi djalsa

Op zaterdag 17 juni 2000 zal een djalsa plaatsvinden in het Cultureel Centrum SIV in verband met de geboortedag van de Heilige Profeet Muhammad (s.a.w.). Aanvang 19:30 uur.

Afscheid maulãna Baidar

Op 15 juli 2000 zal een afscheidsparty worden georganiseerd voor maulãna Baidar, die omstreeks de tweede helft van die maand naar Pakistan zal afreizen. Aanvang 20:00 uur.

Overleden

Van onze medewerker, dhr. Roy Radjbali, vernamen wij dat in de periode maart-april-mei 2000 de volgende overledenen werden begraven op de SIV-begraafplaats aan de Doekhieweg:

1. kind Tariq Bisessar, overl. 14 april 2000

2. dhr. Moh. Basier Karamali, overl. 28 april 2000

3. mevr. Ilse Madjoe-Mannoe, overl. 2 mei 2000

4. dhr. Ismail Habiboellah Soegra, overl. 11 mei 2000

5. Op donderdag 1 juni 2000 bracht de echtgenote van An Nûr redactielid Reza Ghafoerkhan, na een zwangerschap van zeven maanden, een dochter ter wereld. Het kindje werd levenloos geboren. De begrafenis vond de volgende dag in besloten kring plaats.

De ex-voorzitter van onze zusterorganisatie te Meerzorg, dhr. M. Gani Rosan, kwam ons op vrijdag 14 april 2000 te ontvallen. Zijn stoffelijk overschot werd op maandag 17 april aan de schoot der aarde toevertrouwd.

NB: Van de overige djamâts hebben wij geen berichten van overlijden ontvangen.

Tot over drie maanden!

(Inshâ-Allâh)

Top


The Suriname / Dutch Section > An-Nur (Suriname's Official Quarterly Periodical) > June 2000 Issue

footer

'E-mail' this page to a friend!


E-mail Us!
This website is designed, developed and maintained by the members of:
The
Lahore Ahmadiyya Movement for the Propagation of Islam
(
Ahmadiyya Anjuman Isha'at-e-Islam, Lahore -- A.A.I.I.L.)
and is being managed in the Netherlands.

The responsibility of the content of this website lies with the respective authors
You may print-out and spread this literature for the propagation of Islam provided our website [aaiil.org] is acknowledged

Ahmadiyya Anjuman Isha'at-e-Islam Lahore (Lahore Ahmadiyya Movement for the Propagation of Islam)

Thank you for visiting us at aaiil.org or ahmadiyya.ws or muslim.sh or islam.lt !